1964 - de kracht van verhalen

1964

de kracht van verhalen

 

Niettegenstaande het verdriet dat vaak door het huis sluipt, woont Leen in een gezellig nest dat druk wordt aangevlogen door neefjes, nichtjes en de kinderen van de buurt. Dat komt vooral door de zolder in huis. Die is het domein van de kinderen en evolueert mee met de verhalen in hun hoofd: van operatiekwartier in een ziekenhuis, over kapel, legerkantine, doolhof en vooral theaterzaaltje. Als er bezoek is en met verjaardagsfeestjes spelen Leen en haar broers er poppenkast en toneel. Of ze voeren er goochelacts op. Moeder bakt na de voorstelling karrenvrachten pannenkoeken; ze naait de kleren voor de poppenkast-poppen en voor elke rol die de kinderen in hun spel bedenken.

Leen: 'Het was vooral mijn jongste broer die al die wonderlijke idee├źn bedacht. Zelf genoot ik vooral als papa naar huis kwam met de nieuwe boeken van de uitgeverij, nog lekker geurend naar drukinkt. Dan was het elke keer graaien geblazen en kroop ik in een stil hoekje.'

'Bomma Holland', die enkele jaren bij hen inwoont, leert Leen lezen nog voor ze naar de eerste klas gaat.

Later, op de middelbare school, gaat Leens voorkeur uit naar de lessen Latijn, Grieks en geschiedenis. In gedachten trekt ze dan mee ten oorlog naar Troje of vaart ze met Columbus naar Amerika. Wis-, natuur- en scheikunde zijn een marteling. Bij de lessen Nederlands gaan haar handen jeuken als er een opstel of een toneelstukje moet geschreven worden.