De vraag van olifant

 

De morgen, 2/11/2011

‘Vier kleppers uit de najaarsoogst. Waarom lig jij niet op mijn nachttafeltje?

 

Enkele jaren geleden schreef Leen van den Berg De vraag van Eend, over een eend die wil weten wat er met haar gestorven kleintje is gebeurd. Niet alleen de titel, maar ook het begin van dit nieuwe boek doet eraan denken. Alle dieren komen samen op een heuvel om een vraag te bespreken. De mier leidt alles in goede banen. Olifant vraagt zich af hoe je weet dat je van iemand houdt. Daar hebben de dieren en mensen op de berg allemaal een persoonlijk antwoord op.

Sommige antwoorden zijn goed gevonden, zoals dat van de muis, die beschrijft hoe hij zich groot en sterk als een olifant voelde toen hij zijn geliefde voor het eerst zag. Of het antwoord van de oude man, die zoveel van zijn vrouw houdt dat hij blij is dat hij ziek is en niet zij.

De antwoorden van de dieren staan in een leuk contrast met de zakelijke stijl van de mier. Die wil dat de bijeenkomst zo efficiënt mogelijk verloopt en noteert alle antwoorden zorgvuldig. Zo wuift ze het aanbod van een kind weg om een gedicht over de liefde voor te lezen, want 'als dat kind ging voorlezen, kwam er nooit een einde aan deze vergadering.' Op die manier wordt het verhaal niet al te zweverig of stroperig.

Dezelfde middenweg tussen fantasievolle romantiek en klef sentimentalisme bewandelt Kaatje Vermeire in haar indrukwekkende illustraties. De zachtgekleurde prenten doen denken aan negentiende-eeuwse foto's en leerboeken. De melancholische bui van de olifant heeft ze prachtig gevangen in de openingsprent: hij zit te dromen aan de waterkant, zijn hoofd licht opzij, een roze bloem in zijn slurf. Maar ook deze prent krijgt een licht absurd detail mee: op de kop van de olifant staat de stoel al klaar waar de mier even later op gaat zitten.

In het boek sta je wel vaker versteld van de overtuigende manier waarop de illustratrice dieren met menselijke gevoelens tekent. De walrus die nadenkt over de vraag van Olifant, bijvoorbeeld, of de vele verliefde koppeltjes die elkaar knuffelen en besnuffelen.

Sneeuwwitje krijgt ook een plaats tussen de dieren, als de belichaming van de smachtende liefde. Maar ze blijft een erg doorzichtig figuurtje als je haar vergelijkt met de diepe warmte waarmee het dichtende kind getekend is, of de acrobaten die met elkaar flirten in de lucht.

Het einde van het boek grijpt mooi terug naar het begin (...) (Vanessa Joosen, 4 november 2011– De Standaard der Letteren.

 

 

 

'Zelden hoorden wij zo weinig woorden zo veel zeggen. Gedachten die klinken en lezen als een geschenk. Met de prenten erbij wordt het een hemels feest, zo mooi dat je sprakeloos en verbijsterd wordt meegezogen in een paradijselijke stoet van dieren, kinderen, harlekijnen en mieren, getekend met een levendigheid die van elke prent afspringt…' (Klaas Verplancke, Kerk en Leven, 9 november 2011)

 

 

 

Na ‘De vraag van Eend' gaat Leen van den Berg in 'De vraag van Olifant' aan de slag met het thema liefde. Want wat is dat nu eigenlijk?

"Zoals elk jaar was alles en iedereen weer het heuveltje op geklommen." Zo begint het verhaal met een grote prent waarop een olifant treurig klaar zit met een stoeltje op zijn kop en een bloem gekruld in zijn slurf. Olifant (die hier dienst doet als heuvel?) heeft een moeilijke vraag: hoe weet je dat je van iemand houdt? De ongeduldige mier, die de vergadering leidt, geeft het woord aan Muis, Sneeuwwitje, een steen, een zwerver, een ontdekkingsreiziger en nog veel anderen.

Als ze samen tot een bevredigend antwoord gekomen zijn, wordt de vergadering gesloten en mag iedereen naar huis. Mier gaat nog even langs bij Schildpad en snapt bij haar vertrek niet waarom ze zich plots zo alleen voelt.

Met heel veel verschillende antwoorden en een open einde geeft Leen van den Berg ons heel wat kapstokken om verder te filosoferen.

De prenten van Kaatje Vermeire zijn zoals steeds een combinatie van grafiek en illustraties. Het geheel ademt een Amerikaanse sfeer, door de windmolens en het dorre landschap. De personages zijn niet alleen dieren, maar ook een paar acrobaten, Sneeuwwitje, stoelen, bloemen enzovoort. De weinige felle kleuraccenten zijn waarheidsgetrouw en ook de figuren werden eerder realistisch dan fantasierijk weergegeven. De combinatie van al die figuren die dan ook nog eens gaan vergaderen op de rug van een olifant, zorgt dan weer wel voor een fantastisch universum.

Dit boek is een aanrader, zowel voor zijn oogstrelende prenten als voor zijn boeiende tekst. Beide vormen stof tot nadenken. (Magali Haesendonck - Pluizer) www.pluizer.be